ZORG

Pestprotocol
Op onze school werken wij met een pestprotocol. Klik hier om het protocol te downloaden. 


Zorgsysteem van onze basisschool
Wij streven ernaar om alle kinderen een ononderbroken ontwikkeling te laten volgen. De meeste leerlingen volgen een leerjaar binnen een schooljaar; soms met extra herhaling, verlengde instructie, RT, een aparte leerlijn, of extra verdieping- of verrijkingsaanbod.

Door middel van het Leerling Onderwijs Volg Systeem (LOVS) hebben leerkracht en IB-er zicht op de ontwikkeling van elk kind. Deze ontwikkeling wordt minimaal 2 maal per jaar met de ouders / verzorgers besproken tijdens het 10-minutengesprek en 3 maal per schooljaar schriftelijk weergegeven in een rapport.

Daarnaast kunnen ouders en leerkrachten altijd het initiatief nemen voor een gesprek.

Er worden binnen onze school 5 niveaus van zorg gehanteerd:

 

Niveau 1: Betreft de algemene zorg (alle kinderen)

  • Voorschoolse informatie:

-      Overleg met Peuterspeelzaal

-      Intakegesprek met ouders n.a.v. intakeformulier

  • Signalering d.m.v. observaties, OVMJK groep 1-2, methodegebonden toetsen, methodeonafhankelijke toetsen, observatielijst sociaal emotionele vorming
  • Signaleringsgesprekken; leerkracht en IB-er
  • Klassenbezoeken en nabespreking
  • Verslaglegging naar ouders; gesprek en 3x per jaar rapport
  • Overdracht volgende groep; gesprek tussen leerkrachten
  • Overdracht naar Voortgezet onderwijs; advies door leerkracht en IB-er daarna volgt gesprek met ouders

 

Niveau 2: Betreft de extra zorg: zorg voor leerlingen die dreigen vast te lopen(risicolln.)

  • Signalering risicoleerlingen tijdens signaleringsgesprek of tussentijdsgesprek (zie afspraken boven)
  • Initiatief leerkracht: afstemming zorg binnen de groep
  • Observaties gericht kijkend naar problematiek door IB-er. Dit wordt besproken met leerkracht.
  • Eventueel verder klein didactisch of pedagogisch onderzoek
  • Opstellen individueel handelingsplan door leerkracht
  • Ouders worden betrokken bij zorg

Niveau 3: Betreft de speciale zorg na intern onderzoek

Indien het handelen in niveau 2 onvoldoende resultaten oplevert kan er besloten worden tot extra onderzoek. Dit gaat altijd in overleg met de IB-er.

  • Handelingsplan (verplicht) nav extra onderzoek. Handelingsplan is plan waar in staat wat, wie, hoe en wanneer er extra hulp geboden wordt)
  • Speciale zorg in of buiten de groep en bijhouden vooruitgang
  • Verslaglegging naar ouders
  • BCO consultatie: kan nodig zijn. Een HGPD is dan verplicht. Een HGPD is een uitgebreid plan waar in staat wat het probleem is, wat er al aan gedaan is, wat kansen en belemmeringen zijn en wat doelstellingen zijn.
  • Indien handelen niveau 3 onvoldoende oplevert kan er besloten worden tot extern onderzoek met toestemming van ouders

Niveau 4: speciale zorg na onderzoek door een externe deskundige

Extern onderzoek met toestemming van de ouders indien het handelen binnen niveau 3 van de zorg onvoldoende resultaat oplevert. (BCO-schoolarts-REC-Riagg-Jeugdzorg enz.)

  • Oudergesprekken
  • Uitvoering extern onderzoek en advies n.a.v. het onderzoek.
  • Uitvoering Handelingsplan vòòr de uitslag van het onderzoek.
  • Opzetten en uitvoeren van een aangepast Handelingsplan. (na het extern onderzoek wordt er in de regel een vernieuwd handelingsplan opgesteld)
  • Ev. PCL ondersteuning.

Er wordt een begeleidingstraject uitgezet op onze school(ev. aanvraag LGF,Toekenning LGF)

Niveau 5: zeer speciale zorg in de speciale school voor basisonderwijs

Indien er in voorgenoemde niveaus onvoldoende resultaat wordt bereikt(welbevinden en meest kansrijke situatie zijn hiervoor ook zeker bepalend) en het kind sociaal emotioneel in de knel raakt kan er plaatsing van een kind in het SBO aangevraagd worden.

  • Plaatsing SBO of een andere school voor speciaal basisonderwijs.
  • Na plaatsing wordt ook aan de ouders gevraagd in hoeverre ze bij activiteiten rondom “Coninxhof”betrokken willen blijven.
  • Na plaatsing is het zinvol om na verloop van tijd een afspraak te maken met de school voor speciaal onderwijs over de verdere ontwikkeling van de leerling en de zinvolheid van plaatsing.

 

 

 Voor een goede doorstroming van de ene naar de andere groep is het van groot belang dat de vorderingen goed doorgegeven worden naar de volgende leerkracht. Dit vindt plaats in gezamenlijk overleg tussen de leerkrachten en IB-er.

We streven ernaar de gegevens zo objectief mogelijk uit te wisselen om te voorkomen dat er zaken mee gaan spelen die niet van belang zijn of het nieuwe contact tussen leerling en leerkracht in de weg staan.

Normaliter doorloopt een kind in een tijdsbestek van 8 leerjaren de basisschool. Soms is het echter beter voor een kind een jaar over te doen of een jaar over te slaan. Dit zal nooit onverwacht gebeuren: immers door de gehanteerde niveaus van zorg hebben alle partijen vroegtijdig inzicht in de vraag of extra aandacht noodzakelijk is. In zulke gevallen wordt met ouders, leerkracht en IB-er intensief overleg gevoerd over de te nemen stappen.

Wij hanteren zittenblijven of overslaan van een groep alleen als school en ouders overtuigd zijn van de zin hiervan voor het verdere verloop van het leerproces en wanneer het een verrijking inhoudt voor het kind in kwestie.

Doubleren of versnellen:

Wanneer vinden wij dat er sprake kan zijn van doubleren of versnellen?

Omdat ieder kind uniek is willen we het kind als uitgangspunt nemen en kindgerichte afwegingen maken.

Indicaties doubleren:

·         Er is sprake van een te grote achterstand op de leerstof waardoor de leerling niet meer voldoende betrokken kan zijn op het groepsaanbod

·         Problemen binnen de sociaal-emotionele ontwikkeling: te denken valt aan leermotivatie

·         Problemen in de taakwerkhouding, concentratie, werktempo, gedrag, weerbaarheid, die er voor kunnen zorgen dat de leerling niet past binnen een volgende groep

·         Een combinatie van bovenstaande aspecten

·         Leer-, gedrag- en/of emotionele stoornissen (spraak-taal stoornissen, dyslexie, motorische belemmeringen, problemen in de visuele waarneming, ADHD of structuurzwakte, ASS, sociaal-cognitieve zwakte waardoor omgangsproblemen ontstaan, aanzienlijke emotionele achterstand en onzelfstandigheid, angststoornissen)

Uitgangspunt bij dit alles is het voorkomen van lijdensdruk bij een kind.

 Binnen de basisschool zijn er twee momenten waarop we vaker zien dat kinderen doubleren:

1.    indien een leerling van groep 2 nog niet toe is aan het intentionele leren

2.    indien het technisch leesniveau aan het einde van groep 3 te weinig perspectief biedt en een belemmering kan zijn om tot succesvol leren te komen in groep 4 en verder.

 Natuurlijk worden altijd de andere ontwikkelingsaspecten betrokken bij een advies. Zo vroeg mogelijk doubleren geeft de meeste kans op een positief resultaat: zowel cognitief als sociaal emotioneel.

Versnellen:
Kinderen die meer- of hoogbegaafd zijn kunnen binnen onze school versnellen. Hieronder verstaan we het vervroegd naar groep 3 gaan, het overslaan van een of meer groepen, het doorlopen van twee groepen in een jaar bijvoorbeeld in een combinatieklas of vanuit groep 7 direct doorstromen naar het VO

Ook bij het versnellen geeft zo vroeg mogelijk versnellen de beste kansen op een positief resultaat. Dit heeft het voordeel dat het kind langer de mogelijkheid heeft om mee te groeien met haar of zijn groepsgenoten en zich aan te passen aan de eisen die aan een hogere leeftijd gesteld worden.

Overigens is versnellen voor een hoogbegaafde leerling nooit voldoende; er zal hiernaast altijd verbreding plaats moeten vinden.

 Indicaties:

·         Wanneer een leerling in groep 1 een grote ontwikkelingsvoorsprong heeft, kan het wenselijk zijn om het kind versneld door te laten stromen naar groep 3. Versnellen lijkt nadelig voor de sociaal emotionele ontwikkeling, echter de praktijk wijst uit dat het juist een positieve uitwerking blijkt te hebben op deze ontwikkeling van het hoogbegaafde kind

·         Wanneer in een hogere groep blijkt dat een kind een te grote didactische voorsprong krijgt (een voorsprong van meer dan een jaar) op vrijwel aile fronten.


Hoe vaak mag een kind doubleren of versnellen.


Doubleren:

Een leerling moet de basisschool verlaten wanneer hij / zij aan het einde van het schooljaar de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt. Dit betekent dat een leerling in principe 2 tot 3 maal kan doubleren. Dit heeft niet onze voorkeur. De leerling is 2 à 3 jaar ouder dan zijn groepsgenoten. In fysiek en sociaal-emotioneel opzicht kan dit problemen geven.

Versnellen:

We kiezen niet vlug voor meer dan een jaar versnellen. De lange termijn gevolgen hiervan zijn moeilijk in te schatten. Belangrijk hierbij zijn weer de sociaal emotionele ontwikkeling en eventuele problemen op fysiek gebied. Toch kan 2x versnellen in een individueel geval de beste oplossing zijn. Een mogelijkheid is ook om een hoogbegaafde leerling vanuit groep 7 rechtstreeks door te laten stromen naar het VO.

Verlegde leerlijn:

Wanneer het kind bij enkele vakken minder ontwikkelingsmogelijkheden heeft (als gevolg van intelligentiezwakte) kunnen we ervoor kiezen om de leerling toch over te laten gaan met een eigen / verlegde leerlijn. Dit betekent dat deze leerling niet meedoet met het groepsaanbod voor het betreffende vak (bijvoorbeeld rekenen of spelling). Voor dit yak worden aangepaste doelen geformuleerd en als gevolg daarvan een verlegde leerlijn. De leerling moet nog met voldoende vakken op groepsniveau mee kunnen doen. We moeten hierbij waken voor een sociaal isolement.

Soms kunnen we er ook voor kiezen om een leerling met beperkingen in de intelligentie die al gedoubleerd heeft, een eigen leerlijn heeft gehad maar sociaal emotioneel voldoende sterk is, vanuit groep 7 door te laten stromen naar het VO ( VMBO, LWOO, Praktijkonderwijs).

Agenda
19december2017
MR
20december2017
Workshops kerst